Klimaatverandering is een belangrijk onderwerp, dat ook tijdens het leven van onze kinderen en kleinkinderen maar al te actueel zal blijven. Alle reden dus om het op een heldere en zorgvuldige manier aan kinderen op school uit te leggen. Klimaatverandering is ook een ingewikkeld onderwerp. Dat heb ik wel gemerkt tijdens het schrijven van mijn kinderboek Palmen op de Noordpool. En dat wist ik al door de paar paragrafen die ik erover schreef voor verschillende aardrijkskundemethoden.

En dus kom je in boeken en op internet veel verhalen tegen die variëren van een beetje vaag tot complete onzin. Trouw wees in een artikel op Docukit, een website van uitgeverij Noordhoff met informatie voor spreekbeurten en werkstukken. Wat er niet bij staat is dat al deze informatie rechtstreeks uit de informatieboekjes komt van het De Ruijter’s Documentatiecentrum. Om mysterieuze redenen hebben bijna alle scholen en bibliotheken een kistje met deze ouderwetse boekjes staan. Waarschijnlijk zit in de meeste kistjes ook het boekje Klimaatverandering uit de serie. En dus lezen kinderen in heel Nederland al sinds 2009 deze (des)informatie:

Klimaatverandering is een natuurlijke zaak, maar sommige wetenschappers denken dat mensen er ook invloed op hebben. Sommige? 97% van de wetenschappers en dan vooral de wetenschappers die zich echt met het klimaat bezighouden.

Alles reageert op elkaar. Het is dus lastig om iets over het klimaat te zeggen. Nog moeilijker is het om iets te zeggen over waardoor het klimaat verandert. Als je het complete plaatje wilt schetsen misschien, maar tegen kinderen kun je gerust zeggen dat het vooral de extra broeikasgassen zijn die de mens sinds de uitvinding van de stoommachine de lucht in pompen. Want daarover zijn die 97% van de wetenschappers het wel eens.

Wel zijn er een paar theorieën, goede ideeën, waarover bijna niemand meer twijfelt. Bijvoorbeeld over de stand van de aarde. Die staat een beetje scheef naar de zon gericht. De stand verandert voortdurend zodat de zonnestralen steeds anders op de aarde vallen. Die verandering gaat heel langzaam, het duurt wel duizenden jaren. Maar op een bepaald moment zal de aarde zo naar de zon gericht staan dat de zonnestralen de aarde niet meer raken. Het wordt ijzig koud. Dan kan er een nieuwe ijstijd ontstaan. Dus de belangrijkste theorie over klimaatverandering is een onmogelijk verhaal over ijstijden? Oké, ijstijden hebben inderdaad met de stand van de aarde te maken. Maar het moet wel heel raar lopen willen de stralen van de zon onze planeet niet meer raken. En hoe verklaart dat de verleden ijstijden?

Vooral aan dit fragment merk je dat de auteur het onderwerp niet helemaal in de vingers had. Niet gek hoor. Ik heb ook lopen worstelen toen ik in Hé Aardbewoner de ijstijden wilde uitleggen aan de hand van de Milankovic-cycli. En voor Palmen op de Noordpool heb ik de nodige research gedaan en hulp ingeroepen. Nu weet ik uit ervaring dat Noordhoff bij de informatieboekjes niet over een nacht ijs gaat en altijd een prima redacteur en een inhoudelijk deskundige mee laat kijken. Waar dit is fout gegaan vind ik daarom nog moeilijker te begrijpen dan klimaatverandering.