Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”
“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”
Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.
“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”
Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook:  eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”
“Hoe weet jij dat?”
“Dat heeft de juf verteld.  Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”
“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een werelddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.
Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”
“Welk poesje?”
“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

[Eerder verschenen in JEM 4]

Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”

“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”

Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.

“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”

Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook:  eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”

“Hoe weet jij dat?”

“Dat heeft de juf verteld.  Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”

“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een wer

Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”

“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”

Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.

“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”

Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook: eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”

“Hoe weet jij dat?”

“Dat heeft de juf verteld. Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”

“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een werelddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.

Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”

“Welk poesje?”

“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

elddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.

Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”

“Welk poesje?”

“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

This entry was posted in Columns and tagged , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>