Wie die vraag nooit hoort heeft óf geen kinderen óf geen iPad. De combinatie van beiden leidt onontkoombaar tot het meer dan dagelijks aan moeten horen van deze smeekbede. Tot onrustbarende berichten op je beginscherm als De mais moet worden geoogst en Je clan wordt aangevallen door David345!!! Tot hartstochtelijke uitroepen als Stom level, ik wil je halen! en Ik heb de IJsschieter in de Zengarden! En tot mysterieuze mededelingen in de categorie Fjord Kelder moet nog gevoerd worden en Die merrie moet je drie keer dekken!

Als de kans om op de iPad te gaan ook maar in de verste verte aanwezig is, kunnen Star Wars Lego, de nieuwste Donald Duck en de net herontdekte skates het verder wel shaken. Daarom hebben we een strikt beleid in huis dat het gebruik van de iPad tot maximaal een half uur per kind per dag beperkt. Al valt er vaak nog wel te marchanderen met een uurtje wezenloos staren naar dat andere scherm als kostbare ruilwaar.

Soms krijg ik ook het argument te horen: “Maar jij zit ook altijd op de iPad!”.
“Ja,” zeg ik dan, in al mijn vaderlijke wijsheid, “maar ik zit niet de hele tijd spelletjes te doen. Ik zit ook te lezen en te mailen en dingen voor mijn werk te doen”. En toen kreeg ik een soort Eureka-moment.
Ik dacht: wat bizar eigenlijk dat we het iPadgebruik van kinderen gelijk stellen aan de spelletjes die ze doen. Wie zou er bezwaar kunnen hebben als ze uren op de iPad zitten te tekenen of verhaaltjes bedenken met Toontastic of Duhboekjes lezen of op Google Earth rondzwerven?

Dus kondigde ik onlangs gewichtig aan dat ze in het vervolg best wat vaker op de iPad mochten, mits ze niet alleen maar Plants versus Zombies of Clash of Clans doen. In de praktijk blijkt dit toch wat lastiger te handhaven dan gehoopt. Ik moet nog steeds een mapje met leuke doch leerzame apps voor ze maken. Maar nu eerst een potje Candy Crush Saga.

[Eerder verschenen op Anababa, om precies te zijn op 25 mei 2013]