Terugkerend uit IJsland hou je je nog vast aan het verlangen om de eindeloze reeks foto’s eindelijk op een groot scherm te bekijken, flinterdunne plakjes van een weekje buitenaardse aarde. Maar eenmaal achter dat grote scherm realiseer je je dat dit jonge eiland misschien wel meer indruk op je trommelvlies heeft gemaakt dan op je netvlies. Je zou er bijna een videocamera van kopen.

Misschien dat je dan ook iets van die immense ruimte vast zou kunnen leggen die je bijna overal ervaart in dit land, waarvan je eerst nog dacht dat het misschien niet groter dan Nederland of zelfs Texel zou zijn. Dream on. Alleen de spoelzandvlakte waar wij doorheen reden is al een paar keer Texel. De gletsjer waarvan we eerbiedig de voet aanraakten is al een kwart van de omvang van ons landje. Die ruimte vang je ook niet in een filmpje. Om nog maar te zwijgen van de geuren, zwavel vooral. En de indrukken op je huid: extreme temperaturen van water en lucht, scherpe en hobbelige stenen onder je zolen, al dan niet gefilterd door heuse wandelschoenen.

De plaatjes zijn best mooi geworden. Maar zonder geur, geluid en ruimte zijn het steriele, levenloze herinneringen. Denk het onverstoorbaar druppelen van de gletsjer er maar bij. De kloeke echo van de botsende ijsbergen. Het opgewonden geschreeuw van de jagende sterns. Het gemoedelijk pruttelen en sissen van de hete aarde. Het bulderen van watervallen en geisers. De ongelofelijke stilte in de berm van de Ringweg. Het regelmatig rinkelen van de stenen in de golven op het zwarte strand. En natuurlijk de vrolijke tonen van Sigur Ros. Of boek een vlucht naar Reykjavik. Dat ga ik zeker ook nog eens doen.