De gekko en de havik

Hoewel ik bijna dagelijks voor kinderen schrijf, heb ik tot nog toe weinig ambities gehad op het gebied van jeugdliteratuur. Toch kriebelt het wel eens als ik zie welke rommel er soms in de boekhandel ligt. En toen mijn kinderen ook nog vergeefs bleven zoeken naar een boek over de gevaarlijkste dieren heb ik het zelf maar geschreven.

Het is een verhaal geworden op het snijvlak van fictie en non-fictie. Helaas is een beetje leuk tekenen mij niet gegeven. De cover heb ik dus door Aniek (7) laten doen, die natuurlijk ook de eerste proeflezer was. Desondanks hou ik me voor enthousiaste illustratoren aanbevolen. En voor uitgevers trouwens ook.

Het verhaal is hier gratis te downloaden:
De gekko en de havik

En hier alvast een fragment:

Een donkere schaduw valt over hem heen. Vast een wolkje voor de zon. Een wolkje… in de vorm… van een havik!
Razendsnel trippelt Gekko over het hete zand de jungle in. Hij klimt in de eerste boom die hij tegenkomt en duikt onder de hoogste tak.

Gekko is er ondersteboven van. Boven zijn hoofd golft de zee. En onder hem drijven de wolken.
Hé, roept de havik: kom eens onder die tak vandaan. De stoere roofvogel is er rustig bij gaan zitten.
Ja dag, zegt Gekko. Dan eet je me zeker op. En de havik antwoordt: ja, dat ga ik zeker doen. Daar ben ik heel eerlijk in.

Geplaatst in Geen categorie, Onderwijs | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Eindelijk binnen in het Scheepvaartmuseum


Ben nog steeds zwaar onder de indruk van de wervelende opening van het Scheepvaartmuseum gisteren. Van de hapjes, de wijn, het oorverdovende geroezemoes als je vanuit de catacomben op het plein terugkwam en natuurlijk vooral van het gebouw en de tentoonstellingen. Zo onwerkelijk om eindelijk in de tentoonstellingen rond te lopen waar ik me een jaar geleden zo hartstochtelijk een voorstelling van probeerde te maken bij het schrijven van de teksten. Zo apart om de woorden die ik alleen maar in calibri op het beeldscherm zag staan nu eindelijk in de context waarvoor ze altijd bedoeld waren te zien. En dan zie je ook wat een klein onderdeel ze maar zijn van het overweldigende geheel dat de objecten, vitrines, multimedia en belichting samen vormen. Hier een eerste indruk.

Geplaatst in Museum | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

`Met het Scheepvaartmuseum´

Zo’n anderhalf jaar geleden ging hier de telefoon. ‘Met het Scheepvaartmuseum’. Of ik interesse had om een proefopdracht te doen, in competitie met vijf andere schrijvers. Nou, dat had ik wel. Al was het maar omdat museumteksten voor mij een beetje de krenten in de pap zijn.

Waar hem dat in zit? Nog meer dan voor andere media moet je veel zeggen in weinig woorden. Nog meer dan in een webtekst moet je de lezer bij de vodden pakken zodra zijn blik op de eerste woorden valt en die blik proberen vast te houden terwijl hij alweer verder wandelt. En veel meer dan bij andere media moet je beelden en objecten zelf hun verhaal laten vertellen en alleen uitleggen waar uitleg nodig is.
Maar misschien is het ook wel gewoon ordinaire egotripperij. Het formaat van de fonts waarin je tekst uiteindelijk komt te staan. De wetenschap dat er anders dan bij een boek of site voortdurend blikken over je woorden gaan, tijdens openingsuren tenminste. De vermelding van het Scheepvaartmuseum in je cv en in de nodige salvo’s aan trotse tweets.

De proefopdracht bestond uit ruwe conservatorentekst, in de verte nog geurend naar teer en levertraan. Teksten over navigatie-instrumenten, havens en walvisvaart die ik terug moest brengen tot tachtig woorden per stuk en geschikt moest maken voor respectievelijk kenners, leken en kinderen. Een weekend lang zat ik als een Michelangelo te hakken, beitelen en slijpen om de opgesloten tekst uit de stoffige woorden te bevrijden. Moest ik de scheepskamelen laten vallen of toch de drijvende bokken? Uiteindelijk kwam ik achter het beeldscherm vandaan met een document dat later recht bleek te geven op de hoofdprijs: het schrijven van de teksten bij tien tentoonstellingen in het Scheepvaartmuseum.

Maandenlang mocht ik me onderdompelen in scheepsjournaals, graadstokken en boegbeelden. Havenbaronnen, koopvaarders en atlasmakers. Versie 1 van de globes ging de deur uit terwijl versie 2 van de Gouden Eeuw alweer terugkwam. Via talloze blauwe en roze ballonnen discussieerde ik met conservatoren en andere deskundigen over de juiste balans tussen kennisoverdracht en leesbaarheid. Discussies waarin ik veel leerde over tekst en nog veel meer over scheepvaart. Langzaam kon ik steeds meer ballonnen doorprikken.

Terwijl de versienummers hoger werden, werd het e-mailverkeer rustiger. In december 2010 vocht ik om de laatste komma’s en deed ik nog een hartstochtelijk pleidooi om de al te gretig aan de kinderteksten toegevoegde uitroeptekens toch tenminste uit te dunnen. Toen werd het stil in mijn zo triomfantelijk aangemaakte mailmapje Scheepvaartmuseum. Ik kreeg last van ontwenningsverschijnselen, miste de zeelucht en het harnas van hooguit tachtig woorden.

Negen maanden moest ik wachten. Via Twitter en andere media kwamen mondjesmaat wat berichten binnen. Inmiddels is dat aantal berichten rap aan het groeien. Zaterdag opent de koningin het museum. Zondag is het museum weer voor publiek geopend. Donderdag mag ik zelf al kijken hoe het is geworden. Ik vermoed dat mijn teksten een aardig onderkomen hebben gekregen in Het Scheepvaartmuseum.

Geplaatst in Museum | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Goed vertegenwoordigd op de NOT 2011

Als zelfstandig educatief auteur is het niet eenvoudig een mooi plekje op de Nationale OnderwijsTentoonstelling (de NOT) te veroveren. Daar heb ik wat op gevonden…

Verspreid over de NOT liggen voorbeelden van mijn werk. Professionele en representatieve ambassadeurs staan klaar om je er alles over te vertellen. Volg de blauwe route en je kunt ze niet mislopen:

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

  1. Kids Moving The World, een lespakket voor groep 5-6 over het World Food Program van de VN.
  2. Het kinderblad Roetsj van Zwijsen, waarvoor ik elke maand het omslagartikel over een dier schrijf.
  3. Meander en Naut, twee PO-methodes Aardrijkskunde en Natuur & Techniek van Malmberg, waar ik bijna twee jaar dolgelukkig aan heb gewerkt.
  4. NaSk en Nu voor straks, twee VO-methodes natuur- en scheikunde van ThiemeMeulenhoff waarvoor ik digibordlessen en cases schrijf.
  5. De Informatieboekjes voor 10-12 jarigen van uitgeverij Noordhoff, waarvoor ik de titels Licht en Deltawerken schreef en momenteel werk aan de titel Planeten.
  6. De website Maasvlakte II van Bureau voor educatieve communicatie Podium, waarvoor ik de webteksten schreef.
  7. Een lege plek bij Blink uitgevers, waar op de volgende NOT vier prachtige boekjes liggen ter ondersteuning van een schoolreisje waarover ik nu verder nog niets kan vertellen.

Geen tijd om te gaan? Kijk dan gewoon op www.raketaal.nl of LinkedIn.
Meer info over de NOT vind je op de meest tegenstrijdige url die je kunt bedenken: www.not-online.nl

*Tot zover dit reclameblok.*

Geplaatst in Onderwijs | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Hoogwater

Onderaan de trap klotst het water in de gang. Af en toe komt er een plastic dino of little pony langs gedreven, die we dankbaar naar boven halen. Want behalve aan eten hebben we hier vooral tekort aan vertier voor de kinderen.

Water over de Defensiedijk
Water over de Defensiedijk

Bijna twee dagen zitten we nu opgesloten op de bovenste verdieping. De verwarming stopte ermee zodra de elektriciteit uitviel. Alleen dankzij de telefoon weten we dat de dijk is doorgebroken. Al hadden we natuurlijk al wel zo’n vermoeden toen die kledder water onze straat kwam binnenzeilen.
Soms komen er helikopters over, maar die concentreren zich eerst op de lagere woningen, waar mensen bibberend en doornat van de daken worden geplukt. Wij houden het nog wel even vol. We hebben op de valreep wat dekbedden en koekjes mee naar boven genomen. We drinken regenwater uit een plantenbak.

Nou ja, niet echt natuurlijk. Het is slechts een hoogst individuele en puur denkbeeldige rampenoefening mijnerzijds. Nu we niet meer veilig op de Nijmeegse stuwwal wonen, kan ik me de dreiging van het water een stuk beter voorstellen. En net als de Nederlandse media grijp ik een beetje spanning in ons verder zo veilige leventje maar al te graag aan en overdrijf ik het gretig om er de laatste restjes oermens in de uithoekjes van mijn lijf wanhopig mee wakker te schudden.

Dijk
Links de Waal, rechts de badkuip

Vandaag nog fietste ik over de dijk en probeerde met mijn blik te meten hoeveel hoger het water links van mij stond dan de grond rechts, waarop ook onze woning staat. Dat is dus wat ze met die badkuip bedoelen, waar het water juichend in zal glijden zodra het zich een weg door de dijken heeft gevreten. Best kans dat het tot de eerste verdieping komt.

Om de tien meter stond ik stil om me te vergapen aan die overweldigende massa water. Om mijn petje respectvol af te nemen voor moedertje Aarde. En om me dan eindelijk, na al die jaren, diep verbonden te voelen met die dekselse waterbouwers waar de geschiedenisboekjes zo van opgeven. Alle vaderlandse helden die al eeuwen lang dijken aanleggen, herstellen, verzwaren en van muskusratten zuiveren. Nu snap ik waarom.

[eerder verschenen op Nijmegen Direct]

Geplaatst in Columns | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Land van de heerlijkheden

Voor Stichting Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen schreef ik de teksten van het nieuwe informatiecentrum in Leur.

Teksten voor lampenkappen, voor tafels en gewoon voor panelen en multimedia. Samen vertellen ze het verhaal van de heerlijkheden van het land van Maas en Waal. Een verhaal van kastelen, heren en ridders. Een verhaal van sporen in het landschap, mooie vergezichten en bijzondere dieren en planten.

Geplaatst in Museum | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”
“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”
Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.
“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”
Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook:  eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”
“Hoe weet jij dat?”
“Dat heeft de juf verteld.  Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”
“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een werelddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.
Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”
“Welk poesje?”
“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

[Eerder verschenen in JEM 4]

Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”

“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”

Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.

“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”

Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook:  eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”

“Hoe weet jij dat?”

“Dat heeft de juf verteld.  Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”

“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een wer

Dubbelvla

“Ik roer de dubbelvla altijd helemaal door. Want dan smaakt het lekker naar chocola.”

“Zal ik jou eens wat vertellen? Wist je dat ze ook echte chocoladevla verkopen?”

Haar ogen kijken mij gulzig naar informatie aan.

“Echt waar? Bedoel je dat die helemaal bruin is?”

Ze kan het nauwelijks geloven. Wat wil je ook: eerst geven ze je alleen yoghurt, dan blijkt er ook nog zoiets als gele vla te bestaan, even later maken ze het nog bonter met een pak dubbelvla en nu blijkt er ook nog zoiets hemels als chocoladevla te zijn. Ik ga haar nog maar niet vertellen over alle subtiele varianten die die dekselse toetjesmakers nog voor haar in petto hebben. Noem het sadisme, hersenspoelerij of vaderliefde: ik noem het de manier waarop je de wereld leert kennen. En mijn dochter noemt Afrika een dolfijntje.

Gisteren kwam ze thuis: “Vroeger zaten alle landen aan elkaar vast. Want ze passen heel goed in elkaar.”

“Hoe weet jij dat?”

“Dat heeft de juf verteld. Weet je welke goed in elkaar past? Die op een dolfijntje lijkt.”

“Op een dolfijntje? Welke is dat dan?” Ik tover een kaart tevoorschijn en ja hoor: Afrika blijkt het ietwat topzware dolfijntje te zijn dat dus vroeger aan Zuid-Amerika vastzat, een continent waar haar toch niet kinderachtige verbeelding kennelijk geen toepasselijk dier van kan maken.

Nog maar kort geleden was haar wereld niet veel groter dan ons huis en de straat. Tijdens een weekendje op een camping in de buurt vroeg ze “Zijn we nu in Amerika?” Nog niet zo lang geleden kon ze woest worden als je niet kon uitleggen in welke stad Amsterdam of Bemmel lag. Leg jij het verschil maar eens uit tussen een land, een stad en een werelddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.

Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”

“Welk poesje?”

“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

elddeel. Zeker als sommige landen geen land heten, maar zoiets achterlijks als Frankrijk, Italië of Amerika. En als Gelderland, Disneyland en Legoland dan ineens weer geen landen blijken te zijn. Maar inmiddels houdt ze zich dus bezig met platentektoniek, bouwt ze planetaria in schoenendozen en vraagt ze ‘s avonds of ze de dvd over vulkanen mag zien in plaats van Pippi of de Tweenies.

Gelukkig zit ze de volgende dag weer genoeglijk Koekeloere te kijken, eet ze tevreden een bakje yoghurt en vraagt ze bij een foto van een poes in de Volkskrant: “Hee, zouden ze het poesje hebben teruggevonden?”

“Welk poesje?”

“Dat poesje dat was weggelopen. Die op het briefje stond dat op school hing.”

Geplaatst in Columns | Getagged , , | Een reactie plaatsen